Aanleiding
Een groeiend aantal Nederlanders heeft overgewicht, terwijl het aantal plekken waar ongezond eten wordt aangeboden blijft toenemen. Gemeenten zien het belang van een gezonde voedselomgeving, maar hebben niet altijd de middelen, kennis of instrumenten om hierop te sturen. Hoe maak je dit complexe vraagstuk concreet voor gemeenten? En vooral: hoe zorg je ervoor dat wethouders en ambtenaren zelf ervaren hoe sterk de voedselomgeving gezonde keuzes beïnvloedt? Tijdens het VNG Jaarcongres organiseerden Greenports Nederland, Greenport West-Holland, GroentenFruit Huis en HAS green academy daarom een interactieve Straat Safari in Boskoop. Het doel: ambtenaren niet alleen vertellen over de voedselomgeving, maar hen deze zelf laten onderzoeken en ervaren.
Aanpak
Met ongeveer 40 wethouders en ambtenaren gingen we letterlijk de straat op. De Straat Safari begon met het in kaart brengen en meten van de voedselomgeving. Herman Peppelenbos, lector van de HAS green academy, introduceerde een meetinstrument waarmee ambtenaren konden beoordelen hoe gezond of ongezond verschillende locaties zijn waar eten en drinken wordt verkocht. Door iedere locatie een score te geven, werd de voedselomgeving opeens zichtbaar en meetbaar. Vervolgens verschoof de aandacht van de omgeving naar de mensen die er wonen. Naomi nam de ambtenaren mee in het belang van het betrekken van de doelgroep. Ambtenaren gingen in gesprek met inwoners en lokale ondernemers over hun wensen voor de toekomst van gezond eten in Boskoop. Door te kijken én luisteren ontdekten ambtenaren dat cijfers alleen niet het hele verhaal vertellen. Door de ervaringen, behoeften en kansen van inwoners én ondernemers mee te nemen, ontstaat een beter beeld van wat er lokaal nodig en haalbaar is om de voedselomgeving gezonder te maken. Tot slot kregen de ambtenaren concrete tips en tools om ook in hun eigen gemeente met de voedselomgeving aan de slag te gaan.
Resultaat
De Straat Safari maakte het vraagstuk van de voedselomgeving concreet, zichtbaar en bespreekbaar voor de deelnemende gemeenten. Tijdens de wandeling kwamen verschillende opvallende inzichten naar voren. Zo bleek dat er op verrassend veel plekken eten wordt verkocht, zelfs in speelgoedwinkels. Inwoners gaven aan behoefte te hebben aan meer eetgelegenheden die ontmoeting stimuleren en jongeren misten in Boskoop een groenteboer. Ook werd duidelijk dat gemeenten behoefte hebben aan manieren om de voedselomgeving te meten en inzichtelijk te maken. Een meetinstrument helpt niet alleen om de situatie in beeld te brengen, maar kan ook bewustwording creëren en het gesprek binnen een gemeente op gang brengen. De kracht van de aanpak zat daarmee in de combinatie van data, lokale kennis en persoonlijke ervaringen. Ambtenaren gingen naar huis met niet alleen nieuwe kennis, maar ook concrete handvatten om binnen hun eigen gemeente eerste stappen te zetten.
Geleerde lessen
Het project laat zien dat een abstract vraagstuk als een gezonde voedselomgeving concreet wordt zodra je mensen de omgeving zelf laat onderzoeken. Door te meten, observeren en in gesprek te gaan met bewoners en ondernemers, ervaren deelnemers de kansen en knelpunten uit de praktijk en groeit de urgentie om ermee aan de slag te gaan. Daarbij vullen data en verhalen elkaar aan: data laten zien wat er gebeurt, terwijl gesprekken inzicht geven in waarom en wat er volgens betrokkenen zou moeten veranderen. Juist door bewoners en jongeren actief te betrekken, ontstaan bovendien concrete inzichten en ideeën die vanuit beleid of onderzoek niet altijd naar voren komen.


