Aanleiding
De voedselomgeving heeft grote invloed op de keuzes die mensen dagelijks maken. Gemeenten willen daarom steeds vaker werken aan een gezondere en duurzamere voedselomgeving. Maar hoe zorg je ervoor dat beleid niet alleen voor inwoners wordt gemaakt, maar ook met hen? In de praktijk ontbreekt het gemeenten vaak aan praktische kennis en handelingsperspectief om inwoners op een betekenisvolle manier te betrekken bij complexe beleidsvraagstukken. Terwijl participatie juist kan bijdragen aan meer inclusieve besluitvorming, betere aansluiting bij de leefwereld van inwoners en meer draagvlak voor gemaakte keuzes. Binnen de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving werd daarom gewerkt aan een praktische toolbox voor gemeenten. Het was onze rol om als facilitator bij te dragen aan het ontwikkelen en testen van een aanpak waarmee inwoners en beleidsmakers op een gelijkwaardige manier met elkaar in gesprek kunnen gaan over de voedselomgeving.
Aanpak
Samen met onderzoekers van Wageningen University & Research en Amsterdam UMC ontwikkelden we een methode om het gesprek tussen inwoners en beleidsmakers op gang te brengen. In een reeks van drie bijeenkomsten onderzochten inwoners en beleidsmakers samen hoe de ideale voedselomgeving van de toekomst eruit zou kunnen zien. We gebruikten verschillende creatieve werkvormen om deelnemers uit te nodigen om verder te kijken dan het bestaande beleid en hun wensen, ervaringen en ideeën te delen. In de eerste twee bijeenkomsten stonden de perspectieven van inwoners en beleidsmakers centraal. Door hen op een andere manier te laten kijken en denken over de voedselomgeving, ontstond ruimte voor nieuwe inzichten en ideeën. In de derde bijeenkomst brachten we de verschillende perspectieven samen. Inwoners en beleidsmakers gingen met elkaar in gesprek over de overeenkomsten en verschillen en onderzochten vervolgens welke oplossingen kansrijk waren en wat nodig is om deze in de praktijk te brengen. We testten en verfijnden deze aanpak in Ede, Amsterdam en Rotterdam. Door de methode in verschillende gemeenten toe te passen, konden we leren welke werkvormen en randvoorwaarden nodig zijn om het gesprek tussen inwoners en beleidsmakers goed te faciliteren.
Resultaat
De verschillende bijeenkomsten leverden niet alleen waardevolle gesprekken en inzichten op, maar ook concrete lessen over hoe je inwoners op een betekenisvolle manier kunt betrekken bij beleidsvorming. Door de aanpak in drie verschillende gemeenten te testen, kregen we zicht op wat werkt, waar uitdagingen ontstaan en welke rol begeleiding en creatieve werkvormen kunnen spelen in het overbruggen van verschillende perspectieven. De geleerde lessen zijn vervolgens vertaald naar een praktische toolbox voor gemeenten. Daarmee kunnen ook andere gemeenten zelfstandig aan de slag met inwonersparticipatie rondom de voedselomgeving. De belangrijkste opbrengst is daarmee niet één oplossing voor een gezonde voedselomgeving, maar een herbruikbare aanpak die gemeenten helpt om inwoners een actieve stem te geven in het maken van beleid.
Geleerde lessen
Het project laat zien dat echte participatie verder gaat dan inwoners uitnodigen. Het begint bij de vraag hoeveel invloed zij daadwerkelijk hebben en vraagt om een proces waarin hun kennis, ervaringen en ideeën serieus worden meegenomen. Creatieve werkvormen helpen om beleidstaal los te laten en vanuit de eigen ervaring te praten. Door samen te dromen over de ideale voedselomgeving ontstaat een gedeeld toekomstbeeld en worden gezamenlijke ambities zichtbaar. Vanuit dat beeld wordt het makkelijker om concrete vervolgstappen te bepalen. Goede participatie vraagt om zorgvuldige facilitering, waarbij verschillende perspectieven en belangen ruimte krijgen. Door de aanpak in verschillende gemeenten te testen, konden we de methode aanscherpen voor uiteenlopende lokale contexten. Tot slot is het belangrijk om kennis toepasbaar te maken. Door de ervaringen te vertalen naar een praktische toolbox kunnen ook andere gemeenten ermee aan de slag.


